Informatie Open foramen Ovale en ASD

 

Bron: Wikipedia (http://nl.wikipedia.org)

 

Foramen Ovale

 

 

Het foramen ovale is de open verbinding tussen de linker- en rechterboezem van het hart zoals die bij een foetus normaliter aanwezig is; de kleine bloedsomloop (van en naar de longen) en de grote bloedsomloop van en naar de rest van het lichaam zijn nog niet gescheiden. In principe sluit het foramen ovale vlak na de geboorte.

 

Aandoeningen

Het niet sluiten van het foramen ovale kan serieuze problemen geven. Men spreekt dan van een atriaal septumdefect. Als dit defect niet al te groot is wordt het lang niet altijd opgemerkt; bij kleine afwijkingen kunnen patiënten asymptomatisch blijven.
 

 

Atrium septum defect

Bron: (http://www.uzleuven.be/diensten/kindercardiologie/ziektebeelden/asd/)

Het hart is opgebouwd uit vier delen; twee reservoirs (de voorkamers of atria) en twee pompen (de kamers of ventrikels). Tussen de twee voorkamers ligt een tussenschot dat beide delen van elkaar scheidt en dat het atriaal septum wordt genoemd. Normalerwijze is dit septum intact en zijn er geen gaten in aanwezig. Enkel voor en kort na de geboorte is er een klein gaatje in aanwezig dat na enkele uren tot dagen sluit. Bij een atriaal septum defect (ook wel afgekort tot ASD) is dit gaatje nog steeds aanwezig, waardoor er een abnormale verbinding blijft bestaan tussen de linker en het rechter voorkamer. Hierdoor zal bloed stromen van het linker hart naar het rechter hart. Op de figuur wordt het rode bloed met het blauwe gemengd en krijgt een paarse kleur.

        het artiaal septum defect

Incidentie. Hoe frequent is deze aandoening?

Aangeboren hartafwijkingen komen voor bij 1% van alle pasgeborenen. Het ASD wordt aangetroffen in 6% van alle gevonden hartafwijkingen. Hieruit kunnen we besluiten 6 kinderen op 1000 geboren worden met een ASD.

Symptomen. Wat zijn de gevolgen?

Bij elke afwijking of ziekte bestaat er een spectrum aan symptomen. Dit wil zeggen dat aan de ene kant van het spectrum bevinden zich patiënten die geen of bijna geen symptomen vertonen terwijl zich aan de andere kant patiënten bevinden met de ergste symptomen. Bij het ASD is de grootte van de opening bepalend waar iemand zich in het spectrum zal bevinden. Is het een klein gaatje, dan zullen de symptomen minimaal zijn. Is het daarentegen een groot gat, dan zullen de symptomen veel meer uitgesproken zijn.

We weten dat het bloed uit de kleine en de grote bloedsomloop volledig van elkaar gescheiden blijven. Wanneer er nu een ASD aanwezig is zal er bloed vanuit het linker atrium naar het rechter atrium stromen. Dit moet wel omdat de druk in het linker atrium hoger is dan die in het rechter. Afhankelijk van de grootte van het ASD loopt er veel of weinig bloed van de ene bloedsomloop naar de andere. Het bloed uit het linker atrium komt uit de longen en is dus voorzien van een flinke hoeveelheid zuurstof. Een deel komt nu terecht in het rechter atrium en wordt er vermengd met het zuurstofarme bloed dat op weg is naar de longen. Een zekere hoeveelheid bloed zal dus de longen voor een tweede keer passeren.

Het probleem is nu dat het rechter atrium wordt opgescheept met een grotere hoeveelheid bloed dan het normaal zou ontvangen. Het krijgt nu niet enkel het bloed uit het lichaam dat op weg is naar de longen, maar eveneens het bloed dat door het ASD stroomt. Hierdoor zal het rechter hart dus meer bloed naar de longen pompen. Omdat het hier niet voor gemaakt is, zal het rechter hart dus meer spiervezels moeten aanmaken en zal het gaan uitzetten. En de longen, die meer bloed ontvangen dan normaal, zullen overvuld geraken en daardoor hun functie niet zo goed meer kunnen vervullen.

Dit alles heeft tot gevolg dat het kind met een ASD de volgende symptomen zal vertonen:
1. Rechter hartfalen: het rechter hart zal vermoeid raken door de grotere inspanning en na een bepaalde periode niet meer zo goed kunnen werken. Ook kan het ritmestoornissen beginnen vertonen door de uitrekking.
2. Overvulling van de longen : het kind zal minder goed kunnen ademhalen, vooral bij inspanning.
3. Slechte gewichtstoename : de grootste inspanning die een zuigeling doet, is eten. Wanneer het deze inspanning niet goed meer kan verdragen, zal het kind minder vlot eten en dus niet goed bijkomen in gewicht.

Verloop. Wat gebeurt er nadien?

Vele atriale septum defecten sluiten spontaan. Vooral de kleinere defecten sluiten al snel, de grote echter blijven bestaan. Wanneer het ASD te groot is en blijft bestaan kan dit leiden tot onherstelbare schade aan de longbloedvaten en tot hartrimestoornissen omdat het geleidingsweefsel in het rechter hart verstoord raakt door de uitzetting.

Behandeling. Wat kan er gedaan worden?

Omdat vele defecten spontaan sluiten, zal de cardioloog in eerste instantie aanraden af te wachten en zien wat er gebeurt. Mocht het ASD toch blijven bestaan, dan zijn er nog twee mogelijkheden. In het eerste geval is het ASD zo klein dat er bijna geen bloed van links naar rechts stroomt. Dan is er geen enkel probleem, het kind kan hiermee honderd jaar worden. Is het echter een groot ASD, dan moet er iets aan gedaan worden om  het risico op hartfalen en longovervulling niet te lopen.

Er wordt pas overgestapt op heelkunde wanneer het kind geen andere problemen stelt. Op het moment van de ingreep zullen er immers nog geen grote problemen bestaan en dus moet het risico dat het kind loopt bij zo een operatie zeer klein zijn. Een chirurg zal in zo een geval slechts ingrijpen wanneer hij er zeker van is dat het risico van de ingreep kleiner is dan 1 procent.

 

Wat is een Atriumseptumdefect (ASD-II)?

Bron: http://www.hartstichting.nl/Uploads/Brochures/mID_5641_cID_4622_atriumseptumdefect.pdf

Bij alle kinderen is er voor de geboorte altijd een opening in het tussenschot tussen beide boezems. Deze natuurlijke ‘wegomlegging’ is nodig omdat de baby voor de geboorte niet zelf ademt. Het zuurstofrijke bloed komt dan via de navelstreng vanaf de placenta; er hoeft dan niet zoveel bloed naar de rechterkamer. Door de opening kan een deel van het bloed uitwijken naar de linkerboezem. De opening in het boezem-tussenschot heeft een ovale vorm en wordt het foramen ovale (het ovale venster) genoemd. Voor de opening zit een klepje, dat voor de geboorte openstaat. Na de geboorte sluit het klepje en groeit het in de loop van een paar maanden vast voor de opening. Bij veel volwassenen is het nog gemakkelijk met een katheter te passeren, hoewel er geen bloed door stroomt.
Bij sommige kinderen is de opening groter dan nodig is. Dan is het klepje te klein om na de geboorte de opening af te sluiten. In dat geval spreken we van een atriumseptumdefect (atrium = boezem, septum = tussenschot, defect = ontbrekend deel). Meestal wordt de afkorting
asd gebruikt.
Een defect in het centrale deel van het boezemtussenschot wordt ook wel aangegeven met een Romeinse 2.
Men spreekt van een asd-II. Door het gaatje kan bloed van de ene boezem naar de andere stromen. Na de geboorte is de druk in de linkerboezem hoger dan in de rechterboezem. Een deel van het zuurstofrijke bloed zal daardoor via het gat met het zuurstofarme bloed in de rechterboezem mee naar de rechterkamer stromen en vervolgens naar de longslagader. Dit komt vooral doordat de rechterkamer extra bloed gemakkelijker kan opnemen en wegpompen dan de linkerkamer. Via de longen stroomt het terug naar de linkerboezem om vervolgens via het gat opnieuw een rondje door de longen te maken zonder dat de zuurstof door het lichaam verbruikt wordt. Dit betekent extra werk voor het hart, met name voor de rechterboezem en -kamer. De rechterkamer compenseert voor het extra werk, door groter te worden, zodat per slag meer bloed kan worden weggepompt. Dit compensatiemechanisme werkt zo goed dat de kinderen over het algemeen klachtenvrij zijn, soms zelfs tientallen jaren lang. Op de lange duur, krijgen rechterboezem en -kamer toch moeilijkheden met het continue overwerk. Gevolg hiervan is vervroegde slijtage van het hart, dat zich uit in verminderd inspanningsvermogen. Deze mensen kunnen hierdoor eventueel ritmestoornissen krijgen.
Om te voorkomen dat het hart op latere leeftijd problemen gaat geven, moeten de gaatjes op de kinderleeftijd dichtgemaakt worden. Meestal wordt het gedaan voor het kind naar school gaat, voor het vierde tot zesde jaar. Wanneer het gaatje op jonge leeftijd wordt dichtgemaakt, wordt na verloop van tijd (meestal een paar jaren) de rechterkamer weer kleiner. Er blijft echter een licht verhoogd risico bestaan op bijvoorbeeld ritmestoornissen op latere leeftijd. Daarom wordt meestal toch nog een maal per 2 à 3 jaar een ecg gemaakt, zeker zo lang het kind nog niet volwassen is.

Hebben kinderen er geen nadeel van wanneer gewacht wordt met de operatie?

Het is niet gevaarlijk om een tijdlang een wat grotere rechterkamer te hebben. Ook fanatieke sporters hebben een groter hart, een zogenaamd sporthart. Kinderen met een asd zijn normaal gesproken klachtenvrij. Een klein deel van de ouders zegt dat hun kind zich na de hartoperatie wat beter kan inspannen, terwijl ze dat voor de operatie ook goed konden. Ze gaan, met andere woorden, van goed naar beter. Een uitzondering hierop vormen de kinderen met een aanleg tot overmatige slijmproductie in de luchtwegen, zoals bijvoorbeeld kinderen met het syndroom van Down of kinderen met neiging tot bronchitis. Door het extra bloed dat door de longen stroomt, wordt de slijmproductie nog eens extra aangezet. Dit heeft tot gevolg dat deze kinderen nog meer vatbaar zijn voor luchtweginfecties. Bij hen wordt soms besloten om het asd al in het eerste of tweede levensjaar te sluiten en niet te wachten tot ze ouder zijn. Het nadeel daarvan is dat je bij kleine kinderen geen parapluutjes (zie link naar folder - behandeling) kunt gebruiken. Als toch al vaststaat dat een parapluutje niet mogelijk is, kan operatieve sluiting zonder extra risico worden uitgevoerd.

Moeten alle gaatjes dicht?

Heel kleine openingen waar zo weinig bloed doorheen gaat dat de rechterkamer niet wijder wordt, hoeven niet dicht. Dit komt bij een groot percentage van de bevolking voor. Met de komst van de parapluutjes is de discussie of heel kleine gaatjes toch moeten worden dichtgemaakt, weer opgelaaid. Van kleine gaatjes denkt men dat ze een rol spelen bij sommige vormen van beroerte; een bloedstolseltje dat een bloedvat in het hoofd afsluit. De komende jaren zullen moeten uitwijzen of dit inderdaad het geval is en zo ja, of het risico van het plaatsen van een parapluutje opweegt tegen het (waarschijnlijk kleine) risico op dit type beroerte.

Groeien de gaatjes vanzelf dicht?

In de eerste levensmaanden is het niet altijd gemakkelijk om te onderscheiden of er sprake is van een nog open foramen ovale, of van een echt gat, een ASD.
Eerder is al uitgelegd dat de klep van het foramen ovale in een paar maanden tijd vastgroeit. Een gaatje in de boezem kan in deze periode nog sluiten. Wanneer het gaatje na het eerste levensjaar groot genoeg is om aanleiding te geven tot vergroting van de rechterkamer, groeit het niet meer dicht. Een klein gaatje kan ook op latere leeftijd nog dichtgroeien.